• Het Stubaital. Ik weet nu waar het ligt.
  • Zonder woorden. Veelzeggend
  • Op zoek naar het graf van private O'Neil
  • Dieppe, een slag voor Canada
  • Het Stubaital. Ik weet nu waar het ligt.


    Het Stubaital. Grenzeloos mooi. Het Stubaital. Tot voor kort had ik er nog nooit van gehoord. Het dal ligt...

  • Zonder woorden. Veelzeggend


    Zonder woorden. Veelzeggend Twee keer was ik erbij toen koningin Beatrix in mijn werkgebied kwam. In Enter, en in...

  • Op zoek naar het graf van private O'Neil


    Vrijdag 26 april Frank Graham Cycle Liberation Tour  Op zoek naar het graf van private O’Neil Het...

  • Dieppe, een slag voor Canada


    Dinsdag 24 april Frank Graham Cycle Liberation Tour De zon glinstert in het water van Het Kanaal. Een licht...

Het Stubaital. Ik weet nu waar het ligt.

Het Stubaital. Grenzeloos mooi.

Het Stubaital.

Tot voor kort had ik er nog nooit van gehoord.

Het dal ligt tussen Innsbruck en de Italiaanse grens. Menigmaal ben ik door dat gebied gereden. Jarenlang met man, kinderen en vouwwagen, op naar Toscane, of op naar het Gardameer. Twee jaar geleden, zomer 2011, voor het eerst alleen, met de auto rondreizend door Duitsland en Italië met als doelen Speyer, Venetië, Verona (inclusief Verdi’s Nabucco), even langs het Gardameer, terug via Rothenburg an der Tauber.

Ook toen kwam ik door dat stukje Oostenrijk. Het binnenkomen vanaf de Fernpass is steeds ongelooflijk mooi. Oostenrijk als ansichtkaart. Maar: snel richting Innsbruck, dan de Brennerpas op en over. Fantastisch. Oók als je voor het eerst dit traject alleen rijdt. Een geweldig gevoel.

Vanaf Innsbruck richting Brennerpas, daar, rechts van mij, lag het Stubaital. Nooit geweten. Mijn interesse lag ook niet in Oostenrijk. Lederhosen, niets voor mij. Jodelen? Liters bier? Grijze bergmassa's? Idem dito.

Lichaam en geest wilden naar Italië.

Maar voor het jaar 2013 stond het Stubaital op het programma. Een berghuttentrektocht over de Stubaier Höhenweg. Mijn idee van wandelen tussen met bloemen bezaaide alpenweiden moest ik enigszins herzien. Weiden waren er wel, aan het begin en het eind van de tocht, de eerste en de zesde dag. Daartussen lagen voor mij bijzondere ervaringen en klauterde ik over eigen grenzen, zowel fysiek als mentaal.

Totaal onervaren wat dit soort wandelingen betrof (die je wenselijk doet met vaste tred, zonder enige hoogtevrees en mét alpine-ervaring) maakte ik per dag honderden hoogtemeters (ik weet nu hoe dat voelt), klom over gigarotsblokken, daalde af aan kabels en daar waar smalle rotspaadjes niet verder gingen passeerde ik middels ijzeren beugels. En dat allemaal met bepakking.

Ik niet alleen, overigens. Onze groep, merendeels leden van Rotary Rijssen, bestond uit acht mensen. Daaronder ook de organisator, tevens gids en instructeur. Hij spaarde ons niet: dagelijks werden we getrakteerd op een portie uitdagingen, waren er toppen te beklimmen. We liepen over eenzame planken zonder leuning over bruisende bergstromen en droegen onze rugzakken tot aan de Maierspitze en de Zollhütte. We liepen in de zon, zweetten ons lek. We liepen in de mist, onder het vriespunt, het sneeuwde ijskristalletjes. En we leerden: hoe we moesten klimmen en afdalen, hoe we konden volhouden, op welke petieterige rotsricheltjes we onze voeten konden zetten als we deze niet direct op zo’n lekkere vaste en stevige beugel konden plaatsen: ‘Er is altijd wel een plek waar je je voet kunt zetten’. Ja. Zal wel.

Maar er waren ook pauzes. Bij die bergstroompjes of tegen de rotsen. Heerlijke pauzes, met de zon in je gezicht, of in de kou maar uit de wind. En met prachtige vergezichten.

Dan het voldane gevoel als je zo’n berghut naderde. Als je je schoenen uittrok. Als je dat grote glas johannisbeersaft voor je had staan. En je wist: je had het weer gered. Goh.

Vrijdag was de zesde en laatste wandeldag. In de auto reden we naar Neustift. Van daaruit klommen we deze dag nog ruim 1100 hoogtemeters naar de Elferhütte, met uitzicht over het dal. Met de kabelbaan terug. Eten bij de Italiaan in Neustift. Daarna naar een concert van de plaatselijke harmonie. ’s Avonds, uit het muziekgebouw, zagen we heel hoog op de berg een paar kleine lichtjes: de Elferhütte. We blikten tevreden omhoog: zo hoog waren we die dag geweest… Een perfect eind van een prachtige en enerverende wandelervaring!

Zaterdag op weg naar huis. Met op mijn netvlies de paadjes, de bergstroompjes, de ver- en diepgezichten. Met in mij iets van de tijdloosheid, het onaantastbare, het fascinerende van dit brok onbehouwen natuur. 

Het Stubaital. Ik weet nu waar het ligt. 

 

De tocht

Zondag 18 augustus. Dag 1

Met de bus naar de Mutterbergalm (1700 m). Vandaar naar de Dresdenerhütte. Niet met de kabelbaan, maar lopen, met een omweg. Een prachtig gebied met veel kleine waterstroompjes. In de middag komen we aan bij de Dresdenerhütte (2308meter). Zo’n 700 hoogtemeters deze eerste dag! Dalen 200.

Maandag 19 augustus. Dag 2

Van de Dresdenerhütte naar de Sulzenauhütte (2196 m). Naar een top, 2672 meter. Dan via de Stubaier gletsjer naar de hut, waar we al voor 14.00 uur zijn.

Dinsdag 20 augustus. Dag 3

Van de Sulzenauhütte naar de Nürnbergerhütte (2297 m) Kou. Mist. IJskristalletjes. Langs de prachtige Grünausee. Op naar de Maïrspitze (2780 m).

Woensdag 21 augustus. Dag 4

Van de Nürnberghütte naar de Bremerhütte (2411 m). Eén en al rots. Moeilijke stukjes met kabel en voetsteunen. Hoogste punt: Zollhütte. En daarna dalen, aan de kabel. Aankomst bij de Bremerhütte, aan tafel in de zon met worst, kaas, brood en drankjes.

Donderdag 22 augustus. Dag 5

We dalen naar Gschnitz en vandaar met het openbaar vervoer via Innsbruck naar Ranalt.

Vrijdag 23 augustus. Dag 6

Met de auto naar Neustifft (944 m). Stijgen 1100 meter naar de Elferhütte 2080 m). Prettige bijkomstigheid voor de vrouwen: de mannen dragen een rugzak met water en spullen. Het wandeltempo wordt nu wel opgevoerd; we komen zelfs sneller aan dan de aangegeven wandeltijd op de bordjes…

Zaterdag 24 augustus.

Weer naar huis.