• Het Stubaital. Ik weet nu waar het ligt.
  • Zonder woorden. Veelzeggend
  • Op zoek naar het graf van private O'Neil
  • Dieppe, een slag voor Canada
  • Het Stubaital. Ik weet nu waar het ligt.


    Het Stubaital. Grenzeloos mooi. Het Stubaital. Tot voor kort had ik er nog nooit van gehoord. Het dal ligt...

  • Zonder woorden. Veelzeggend


    Zonder woorden. Veelzeggend Twee keer was ik erbij toen koningin Beatrix in mijn werkgebied kwam. In Enter, en in...

  • Op zoek naar het graf van private O'Neil


    Vrijdag 26 april Frank Graham Cycle Liberation Tour  Op zoek naar het graf van private O’Neil Het...

  • Dieppe, een slag voor Canada


    Dinsdag 24 april Frank Graham Cycle Liberation Tour De zon glinstert in het water van Het Kanaal. Een licht...

Fietsvrouwen op pad

Maandag 17 september 2012. Het is zo ver. Lang naar uitgekeken: de jaarlijks fietstrektocht van ons, fietsvriendinnen uit Rijssen en Enter.

De weersverwachtingen zijn niet gunstig: regen. De regenpakken zitten dan ook grijpklaar onder de snelbinder. Voor negen uur staat iedereen al bij de Poort van Twente, ons fietshome. We hebben er allemaal zin in.

Bepakt en bezakt, met volle bidons. Behalve ik: voor het eerst in mijn fietsleven vergeet ik het broodnodige water. Er wordt gedeeld en tot de eerste stop kan ik ruimschoots vooruit.

Deze eerste dag fietsen we tot boven Emmen. Het blijft droog en in een matig tempo (we moeten nog vijf dagen) fietsen we door het Wierdenseveld, langs het kanaal, langs de Vecht en leggen zo de eerste 43 kilometer af tot onze eerste stop in Harderberg. Op weg naar Coevorden verliest één van ons een trapper!! Complete trapper valt zo van de fiets. Ze heeft haar fiets een paar weken geleden helemaal na laten kijken. Fietsen kan niet meer, de fiets door iemand anders al fietsend mee te nemen lukt met de bepakking ook niet. Toos en ik fietsen vooruit naar Coevorden om een fietsenmaker op te sporen en de anderen volgen langzaam fietsend en lopend.

De fietsenmaker is snel gevonden, het adres wordt doorgeven (leve het mobieltje) en de trapper wordt nu stevig bevestigd.

Na 96 kilometer arriveren we bij Lucy’s Inn in Eesergroen, een gezellig etablissement in the middlel of nowhere, met een tuin die je doet verlangen naar warme zomeravonden. We blijven hier twee nachten; Lucy’s Inn is bekend om haar high tea’s en daarvoor komen mensen van heinde en verre. Wij dus ook.

Maar eerst, nog voor het douchen, zitten we zoals altijd bij elkaar voor een aankomstdrankje. Buiten, in een zonnetje; het heeft de hele dag niet geregend.

Dinsdag

Vandaag fietsen we door Drente. Drente heeft zulke prachtige fietsroutes, daar moet je wel gebruik van maken. We komen door natuurgebieden en uiteraard langs hunebedden. Halverwege de morgen wordt het druilerig en regent het iets.

Ineens fietsen we Westerbork binnen. We stappen af en lopen rond, kijken.

Wij, vrij. Fietsen straks verder.

Zij, opgepakt. Vermoord.

Even verderop zijn liggen 102.000 steentjes, met naamplaatjes. De steentjes vormen Nederland. Er staat een busje bij met een Duits kenteken. We lopen er naar toe. Eén van de mannen vertelt dat ze Duitsers zijn, werklozen uit de grensregio, die hier ingezet zijn om de steentjes schoon te maken en te voorzien van nieuwe naamplaatjes.

Boven de steentjes uit steken foto’s bij die namen. Foto’s van mensen die hier hun vrijheid verloren. Gezinnen, stelletjes. Baby’s. Mensen met een gezicht.

Ik lees het verhaal van de jongen van even in de twintig die in de gehandicaptenzorg werkte en zijn afdeling kindertjes niet alleen wilde laten toen ze weggevoerd werden. Hij ging mee. Ging mee de gaskamer in.

Ik kijk naar zijn foto. Een aansprekend gezicht, een open blik. Hij koos.

Het is opgehouden met miezeren als we Westerbork uitfietsen.

We lunchen in Rolde en komen later in de middag, na 86 kilometer fietsen, aan bij Lucy’s Inn. Pas na zeven uur ’s avonds zitten we aan de high-tea… Het smaakt voortreffelijk. Onze trek is groot, te groot voor een high-tea. We proberen ons te beheersen en elke hap recht te doen. Ik denk niet dat er eerder in dit restaurant een high-tea zo laat en met zo’n sneltreinvaart genuttigd is…

Woensdag

Door het zonovergoten wijdse Groninger land fietsen we naar Duitsland. Het regenpak blijft voorlopig achter op de fietsdrager.

Bij Erica gaan we de grens over. Al fietsend langs het kanaal komen we aan bij een Imbiss, waar we een broodje bestellen. Het duurt nogal en als de bestelling komt blijken het ENORME broodjes. Vrachtwagenchauffeur- en bouwvakkersbroden, en deze mensen zien we hier ook aan de tafeltjes schuiven. In elk geval kunnen we met een volle maag verder.

We gaan de Emsradweg op, een prachtige route. En ook het weer werkt aan alle kanten mee. Rond drie uur leggen we aan bij Lotta’s Café voor koffie met zelfgemaakte Kuchen, die prima smaken.

Tien kilometer voor ons eindpunt worden we overvallen door een hevige regenbui. Het plenst met bakken recht uit de lucht op ons neer. In een oogwenk zijn we door- en doornat. Nu we toch nat zijn trappen we, het water soppend in de schoenen, met straaltjes uit de mouwen lopend, door. Dan klaart de lucht op en we fietsen ons de laatste paar kilometers nog bijna droog.

In Hotel Germer Möller in Gross Hesepe eten we de traditionele pot: groentesoep met balletjes, aardappels, groente, stukje vlees. Het gaat erin als koek.

Donderdag

Van Gross Hesepe naar Wettringen gaat vandaag de tocht.

Bij Hotel zur Post in Wettringen stelt de eigenaar zijn garage, aan de overkant van een plein, beschikbaar, voor onze fietsen. (Onze fietsen staan ’s nachts altijd binnen, dat is dé voorwaarde om onze groep te kunnen herbergen. Soms staan ze in een hotelzaal, soms in een vreemdruikende ondergrondse pakzaal, maar altijd binnen. Als de fietsen buiten moeten blijven, slapen wij er naast. En dat wil een hoteleigenaar niet.)

Dit hotel heeft iets dat in onze fietsverhalen terug zal komen: in het deel waar wij ondergebracht zijn is het een stelsel van trapjes en gangetjes, waarbij je vooral ’s nachts, in het donker, vanaf het hotelbarretje, goed moet opletten om in de juiste slaapkamer te belanden…

Vrijdag

Op weg naar huis. Opnieuw een prachtige route. Langs het Speicherbekken bij Geeste, door het Gildehauser veen. We maken kennis met de Drieländersee, direct bij de grens, een perfecte plek om kinderen te vermaken. Dichtbij en je hoeft niet westwaarts te rijden.

Bij Losser fietsen we de grens over en drinken koffie in Tuincentrum Wolters in Overdinkel (met een uitgebreide afdeling leuke dingetjes voor het bad).

Door het Haagse bos, langs de Lonneker berg, door de Wildernis op Rijssen aan.

Twente is zo mooi!

Vandaag hebben we een korte route, ruim 70 kilometer, want we willen niet te laat bij De Poort (van Twente) aankomen. Rond vier uur stappen we daar van de fiets.

Hier nuttigen we onze traditionele terugkomst-maaltijd, al jaren. Eigenaar Henk Molenaar weet dat: “Patat, frikandel, kroket, dames?’’  Ja. Met mayonaise. En het liefst nog een sorbet na. Alle kilo’s die we er af gefietst hebben in één keer er weer bij op. Zoon Henkjan voorziet ons van eten en drinken en het is uren later als we weer op de fiets stappen voor de allerlaatste kilometers naar huis.

Een geweldige fietsvakantie zit er weer op. Met een paar gebeurtenissen waar we het later, af en toe, met veel plezier over zullen hebben…